KWALITEIT VOLGENS AESCULUS
Praktijkvoorbeeld van gebrekkige kwaliteit.
Situatie: Het is zomer. Een tuin op zandgrond. De hoveniers zijn juist klaar met planten. Veel heesters staan scheef en kunnen zonder moeite uit de grond getrokken worden. Door de schots en scheve aanplant heeft de tuin een rommelige aanblik.
Reactie van de aanwezige hoveniers: "De aanplant is goed, wie trekt er nu aan de planten? Bovendien zetten we de heesters nog recht bij het afwerken van het plantvak."
Alle drie kwaliteitsbepalende factoren zijn hier onvoldoende aanwezig.
De bedrijfsmatige kwaliteit is niet op peil, want de volgorde van stappen* was niet vastgelegd, terwijl het hier een routinehandeling betreft.
* Gat graven (+ maten?), wortels erin (+ diepte?), zand erbij (+ bodemverbetering?), rechtzetten bij
aantrappen en na aanplant inwateren (+ wanneer?).
Tussen haakjes eventueel extra benodigde gegevens.
De vakmatige kwaliteit is onvoldoende, want tijdens het werk kwam ook niemand op het idee om zelf een volgorde van stappen te bepalen en alsnog de tuin in één keer goed aan te planten. Door hun handelwijze is het risico van inboet ook nog eens zeer groot, want de combinatie zomer, zandgrond en een slecht contact van de plantenwortels met de bodem (door onvoldoende aantrappen) komt het aanslaan van de planten zeker niet ten goede. De kans op uitdrogen is onnodig groot.
Daarnaast hadden de hoveniers moeten zien dat hun handelwijze dubbel werk oplevert. Elke heester moet rechtgezet worden en de bodem opnieuw aangestampt. Een zeer inefficiënte werkwijze en derhalve extra kosten voor de hovenier of de klant (afhankelijk van de gemaakte afspraken).
De betrokkenheid van de hoveniers is ook onder de maat, want er was geen enkele vorm van controle op het eigen werk. Ze vonden allemaal dat deze schots en scheve aanplantmethode wel kon, terwijl het leek alsof er een losgeslagen koe door de tuin was gerend.
Om hoge kwaliteit te leveren hadden de hoveniers of in ieder geval hun voorman en opzichter zich vooraf (tijdens de begrotingsfase) af moeten vragen: Wat moet er gebeuren? Wanneer moet het gebeuren?
De antwoorden op deze vragen hadden duidelijk moeten zijn en niet voor interpretatieverschillen vatbaar.
Op deze manier was er een efficiënt stappenplan ontstaan met de benodigde handelingen direct in de juiste volgorde, zodat tijdens de aanplant alleen nog de vraag 'Hoe doen we het in één keer goed?' beantwoord moest worden. De term goed in deze vraag is natuurlijk subjectief en wordt grotendeels ingevuld door de vakkennis en ervaring van de hoveniers ter plaatse? Zij moeten daar een werkbare invulling aan geven. Denk hierbij aan: welke route volgen we, zodat we zo min mogelijk tweemaal op dezelfde plaats komen (i.v.m. dichtslaan van de bodem) en hoe stevig stampen we aan (i.v.m. mogelijke wortelschade of uitdrogen).