Tekstversie van: Gertrude Jekyll: Schilderen met planten.
Verschenen in Tuin & Landschap themanr 25A Natuurlijk met vaste planten dec. 2005
Tekst: Bob Reus
Beeld: Ton Stolk

Het gebruik van planten zonder direct nut is in tuinen niet altijd iets vanzelfsprekends geweest. Sinds ongeveer ruim een eeuw is dat wel zo. Bij het inrichten van tuinen met sierplanten speelt bij Gertrude Jekyll vanaf het begin één woord een sleutelrol: schilderen.

Schilderen met planten kwam in zwang toen de industriële revolutie ervoor had gezorgd dat men niet per se zelf de eigen levensmiddelen moest verbouwen. Uitgebreide transportmogelijkheden en een verbeterde infastructuur brachten elders (grootschalig) geproduceerde levensmiddelen binnen handbereik. Bovendien viel er in de fabrieken meer te verdienen dan op het land. De moestuin kon met andere woorden op de schop.
Vervolgens rees de vraag: wat te doen met de vrijgekomen grond? Het lag voor de hand om deze weer met planten op te vullen, maar nu met planten die andere zintuigen prikkelen dan de smaak. In eerste instantie leidde dit nog niet tot veel succes. Allerlei soorten planten, alle mooi op zichzelf, werden in rijtjes in tuinen aangeplant. Men had dat ook altijd zo in moestuinen gedaan. De samenhang tussen de planten was in veel gevallen nog ver te zoeken, laat staan dat er sprake was van schilderen met planten.
Samenhang in de opbouw van beplantingen kwam er pas toen Gertrude Jekyll (1843-1932) zich ging toeleggen op tuinarchitectuur. Als geschoold kunstschilder wist zij als geen ander de bovengrondse eigenschappen van planten als kleur, habitus en textuur te combineren met de structuur en de verhoudingen van het gewenste totaalbeeld. De door haar ontworpen borders zijn dan ook een lichtend voorbeeld van schilderen met planten.

Rustige achtergrond
Hoe deed ze dat? Allereerst bracht zij een rustgevende, donkergroene achtergrond aan, waartegen de rijkbloeiende planten goed uitkwamen. Dat was wel even iets anders dan de rommelige hekwerkjes en andere constructies die waren blijven staan uit het moestuintijdperk. Wat dat betreft was die tijd te vergelijken met de rommelige constructies in de tuinen op de huidige volkstuincomplexen.
Daarnaast hanteerde zij voor het rangschikken van de verschillende planten een andere plantwijze dan de gangbare. Ze zette de planten niet meer in rijtjes, maar in groepen bij  elkaar, zoals dat ook in de natuur gebeurt. Die plantgroepen varieerde ze vervolgens in grootte en vorm.
Vaak waren die groepen lang en smal en hadden ze een gebogen vorm als een banaan. Ze imiteerde daarmee zoveel mogelijk de natuurlijke situatie, maar deze manier van aanplanten was haar tevens ingegeven door opgedane kennis over verhoudingen en kleurgebruik tijdens haar opleiding. (Zie voor aanvullende informatie over kleurgebruik en dergelijke het T & L-themanummer: Ontwerpen met planten nr. 24A 2003)
Door verschillende plantensoorten bij elkaar te zoeken met gelijkgestemde eigenschappen kwam Gertrude Jekyll tot levendige, evenwichtige en natuurlijk ogende borders. Haar verdienste was bovendien dat die borders in de juiste verhouding tot hun omgeving stonden.
De hoge hagen (meestal Taxus) vormden daarnaast een perfecte achtergrond voor de borders. Door hun 'rustige' verschijning boden ze Gertrude Jekyll de mogelijkheid om allerlei verschillende beplantingstypen toe te passen. Ze maakt onderscheid in bos, bosrand en weide. Al deze beplantingsvormen komen prima tot hun recht tegen een achtergrond van Taxus.

Uiterlijk
Feit blijft dat Gertrude Jekyll zich, met name de eerste jaren van haar tuinontwerpen, vooral richtte op de visuele aspecten van de border en de tuin als geheel. Op zich niet zo gek met haar achtergrond als kunstschilder. Bovendien moest zij in die beginjaren het sortiment nog in haar vingers krijgen. En ook toen al werden tuinen vooral op hun uiterlijk en de mooie combinaties beoordeeld.
Echter, zonder rekening te houden met wat zich ondergronds, tussen planten onderling en tussen planten en hun omgeving afspeelt (ecologie) zijn borders geen lang leven beschoren. Het gewenste resultaat in borders die strikt visueel en schilderachtig zijn opgebouwd, kan alleen met intensief onderhoud in stand worden gehouden. Hiermee moet uitval van planten worden voorkomen.

Planten kennen
Gertrude Jekyll kwam er ook al snel achter dat zij de planten onvoldoende kende. Ze begon daarom een eigen kwekerij om zo meer kennis te vergaren van de plantensoorten die ze toepaste. Dat was te merken aan de borders die zij later in haar leven ontwierp. Steeds meer maakte ze combinaties van planten die we tegenwoordig tot eenzelfde beplantingstype (biotoop) rekenen. Het ging haar niet meer alleen om de bovengrondse eigenschappen en kenmerken, ook ondergrondse voorkeuren en ecologische kwaliteiten speelden in de plantenkeuze van Gertrude Jekyll steeds nadrukkelijker een rol. Op deze manier ontstonden rond de vorige eeuwwisseling borders, die niet alleen visueel aantrekkelijk waren maar ook nog eens minder onderhoud vereisten.
Het voorgaande betekent dus niet dat schilderachtige borders per definitie onderhoudsintensief zijn. Het blijft bij het ontwerpen van borders, groenstroken en bermen een kwestie van de juiste plant op de juiste plaats. Alleen een goede afweging tussen plant, standplaats en door de mens gestelde randvoorwaarden leidt tot een optimaal resultaat.