TUININFORMATIE: HANDIGE TIPS BIJ DE TUINAANLEG:De tips zijn gegroepeerd in de volgende onderwerpen:
BestratingBeplantingGazonVijverBestrating:Het heeft weinig zin om een terras of pad te bestraten als de grond rond de woning recentelijk (minder dan een half jaar geleden) meer dan een halve meter is opgehoogd. Ook als er in de buurt nog geheid gaat worden voor bijvoorbeeld nieuwe woningen heeft bestraten weinig zin. Het terras of pad zal door de trillingen onherroepelijk verzakken.
Goed straatwerk begint bij de basis. Het zand. Onder een wandelpad moet minimaal 15 cm. zand liggen, onder een terras minimaal 20 cm. en onder een oprit/garagepad minimaal 35 cm. Dit zandbed moet vervolgens goed verdicht worden door bijvoorbeeld aanstampen, maar nog beter door aantrillen met een trilplaat. Is de tuingrond van nature voornamelijk opgebouwd uit zand kun je de genoemde laagdiktes verminderen met 5 cm.
Een gestabiliseerd zandbed onder het terras zorgt ervoor dat het terras nauwelijks nog kan verzakken.
Een bijkomend voordeel is dat ook onkruidgroei wordt beperkt. Gestabiliseerd zand bestaat uit een mengsel van cement en zand. Je kunt het kant en klaar kopen, maar het is een stuk voordeliger om zelf een zak cement per m2* door de toplaag (bovenste 5 cm.) van het zandbed te harken. Het is niet nodig om het terras na het leggen in te wateren, want het mengsel verhardt zichzelf onder invloed van vocht in de bodem.
* Dit is een gemiddelde stabilisatie. Afhankelijk van je specifieke situatie (bestratingmateriaal en
verkeersdruk) kan deze hoeveelheid gehalveerd of verdubbeld worden.
Voor een oprit heb je stenen of tegels nodig met een dikte van minimaal 5 cm. Dunnere materialen zullen breken onder het gewicht van de auto. Wil je perse dunne siertegels, dan zul je deze in een stevig cementbed moeten leggen. Gestabiliseerd zand is daarvoor onvoldoende.
Betonprodukten krijgen als ze nieuw zijn vaak een witte uitslag. Deze uitslag verdwijnt na verloop van tijd vanzelf onder invloed van 'zure' regen. Eigenlijk geldt dus hoe langer dit proces duurt, hoe schoner de lucht in de omgeving is.
Als je zelf gaat klussen in de tuin met harde (bestrating)materialen, koop dan altijd wat extra om zaagverlies, breuk en kwaliteitsverschil op te kunnen vangen. Afhankelijk van de variabiliteit en de breukgevoeligheid van het materiaal adviseer ik een marge van 5 tot 10%.
Bij het leggen van tegels kunnen er bij het aankloppen met een rubberen hamer zwarte vegen achterblijven.
Je kunt dit voorkomen door de hamer te omwikkelen met een (schone) doek.
Op schaduwrijke plekken is vrijwel elk materiaal gevoelig voor algengroei. Eenvoudig te reinigen is dan ook een belangrijk aandachtspunt voor aanschaf en verwerking van het gewenste materiaal.
Split (hoekige vorm) is weinig gevoelig voor algengroei en daardoor prima in de schaduw te gebruiken.
De beloopbaarheid is wat minder dan van stenen en tegels, maar veel beter dan dat van grind (ronde vorm).
In de schaduw van bomen en heesters is split minder geschikt, want afgevallen bladeren / naalden kunnen moeilijk verwijderd worden.
Ben je van plan het terras te reinigen met de hogedrukreiniger? Gebruik dan bij de aanleg een verhardend voegmiddel als cement of voegmortel van TOPPRO. Deze laatste is verkrijgbaar in verschillende kleuren.
Zo voorkom je dat je bij het reinigen met hoge druk de complete voeg leegspuit en het terras op den duur verzakt.
Bradstone tegels zijn vrij bros, leg ze daarom bij voorkeur in een cementbed om breuk te voorkomen. Voorkom cement op de bovenzijde van de tegel, dit betonproduct trekt het cement aan en die vlekken zijn vrijwel niet te verwijderen. Was om dezelfde reden de voegen niet in met cement. Er kan wel gevoegd worden met een droge mortel en een voegspijker. Gemorst cement altijd direct verwijderen.
Ben je uitgekeken op je grindtegel terras? In combinatie met andere tegels, klinkers of los grind zijn leuke motieven en accenten te verzinnen, die het terras een compleet nieuwe aanblik geven en voor een andere beleving zorgen. Ook het ondersteboven leggen van de grindtegels zorgt al voor een rustiek effect.
Let er wel op dat het nieuwe beeld voldoet aan de gewenste sfeer in de tuin en het terras ook praktisch blijft. In een leuk grindmotiefje is het bijvoorbeeld lastig met stoelen schuiven.
Als je een cirkelvormig terras wilt aanleggen, werk dan van buiten naar binnen. Doe je het andersom is de kans groot dat de cirkel een ovaal is geworden.
Vaak wordt brekerzand gebruikt voor het opvullen van voegen tussen bestrating. Tussen het brekerzand zit veel ruimte door de grove structuur waardoor water snel wordt afgevoerd. In die ruimte kan echter ook van alles terechtkomen zoals organisch materiaal en zaden. Dit heeft onkruidgroei tot gevolg. Daarom kies ik liever voor vulzand. Het water loopt dan iets minder snel weg, maar je hebt ook veel minder onkruidgroei.
De afwatering kan verbeterd worden door een iets groter afschot te hanteren.
Gebruik voor een tegelterras geen al te lichte kleuren of tegels met een spiegelend oppervlak. Zij weerkaatsen het licht, waardoor je verblind wordt. Dat is natuurlijk niet goed voor de tuinbeleving.
Een 'te groot' terras kan worden verkleind met bloembakken en potten. Geef je een tuinfeest, dan haal je gewoon de bakken weg en is dat grote terras ineens ontzettend handig. Vul de bakken met 'speciale' grond voor daktuinen, die is bijna de helft lichter dan potgrond. Zet je de bakken op wielen, wordt het verplaatsen nog eenvoudiger en kunnen de bakken ook groter zijn, omdat je ze niet hoeft te dragen. Je bent dan bovendien vrijer om het formaat van de bakken aan te passen aan het formaat (de schaal) van de tuin.
Als je de bestrating iets hoger legt dan de aangrenzende border heb je bij een regenbui minder last van zand en/of modder op het pad. Ligt het pad er al en de border ligt op gelijke hoogte, kun je met een schoffel een geultje trekken langs het pad voor hetzelfde effect, zij het slechts tijdelijk. Dus regelmatig een nieuw geultje graven.
Op plaatsen waar je niet vaak hoeft te zijn kun je in plaats van bestrating zogenaamde tredplanten gebruiken. Deze planten hebben er geen problemen mee als je af en toe op ze gaat staan. Sommige belonen je er zelfs voor door dan een heerlijke geur te verspreiden. Enkele voorbeelden: Vetmuur, loopkamille, vedermos, kruiptijm en een aantal vetkruid soorten. Tredplanten houden van verdichte grond, losse zandgrond is dus wat minder geschikt.
Bij tuinieren op balkon of dakterras levert het gewicht van de gewenste bestrating nogal eens problemen op met de draagkracht van de constructie. Heb je al eens gedacht aan beschilderen? Met betonverf in verschillende kleuren is heel veel mogelijk, mits de ondergrond van het balkon of dakterras van beton is.
Het geringe gewicht van de verflaag biedt tevens meer mogelijkheden voor de beplanting.
Beplanting:Als je de tuin ophoogt door bijvoorbeeld verhoogde borders aan te leggen, vermeng de nieuwe grond dan goed met de oude. De planten zullen anders alleen in de nieuwe grond wortelen, waardoor ze na enkele jaren zullen verwelken door uitputting, droogte of andere problemen die je ook tegenkomt bij plantenbakken.
Wil je planten in muurspleten laten groeien, vul de spleet dan eerst met turfmolm. Turfmolm mengt beter met de aanwezige grond en neemt na droogte ook weer sneller water op dan tuinturf.
Wil je een beregeningsinstallatie aan laten leggen in de tuin? Let er dan op dat de sproeiers zo zijn afgesteld dat ze alleen de borders besproeien en niet het terras of de gevel van de woning. Ten eerste is dit niet efficiënt en ten tweede is de kans groot dat je terras en gevels bruin uitslaan. Het grondwater dat wordt aangeboord voor de beregeningsinstallatie bevat in veel gevallen namelijk vrij veel ijzer.
De boerenjasmijn (Philadelphus) is in bloei een schitterende heester, die heerlijk geurt. Na de bloei is het een zeer onopvallende struik. Mede daarom kun je hem dan prima snoeien. Dit levert bovendien in het volgende jaar weer een goede bloei op. Je kunt er ook een Clematis alpina of Clematis macropetala door laten klimmen, zodat de bloei door deze plant wordt overgenomen. Het is ook mogelijk om er kleurrijke vaste planten voor te zetten, waardoor de jasmijn een rustige achtergrond vormt. Er zijn dus volop mogelijkheden om de boerenjasmijn in je beplantingsplan te verwerken. Let bij het combineren wel altijd op of je daarmee de gewenste sfeer bereikt. Meer info over sfeer en combineren vind je in "
De Complete Tuinontwerper".
Als je weinig onderhoud wenst te plegen aan de tuin zijn de volgende planten de moeite van het overwegen waard. Ze zijn sterk, niet ziektegevoelig en kunnen lang op dezelfde plek blijven staan. Alchemilla mollis, Daphne mezereum, Euphorbia polychroma, Geranium, Hemerocallis, Helleborus, Hosta, Pachysandra, Skimmia, Vinca, vele varens en siergrassen. Kijk wel voor gebruik of ze een goede aanvulling zijn op de sfeer in je tuin en of je een geschikte standplaats voor ze hebt. Dat zal zelden problemen opleveren want genoemde planten zijn zeer tolerant wat standplaats betreft, al zijn er natuurlijk grenzen.
In het algemeen geldt voor planten dat de soort sterker is dan de cultivar. Wil je dus een gezonde, probleemloze tuin dan kun je het beste vooral 'gewone' planten gebruiken en slechts enkele 'bijzondere'.
Vlinders zijn gewaardeerde bezoekers van elke tuin. Je kunt ze een handje helpen om bij je te komen door planten in de tuin te zetten waar zij van houden of die ze nodig hebben. Tot deze planten behoren bijvoorbeeld: vlinderstruik, koninginnekruid, kogeldistel, duizendblad, Flox, klimop, brandnetel en kattestaart. Zet met name waardplanten wel zo neer dat de vlinder ze herkent als natuurlijke situatie.
Slakken hebben een hekel aan de vettigheid van cacaodoppen. Een mulchlaagje van dit materiaal rond de gevoelige planten (jonge aanplant) biedt tijdelijk een goede bescherming. Houd er wel rekening mee dat het 'rotten' van de cacaodoppen in eerste instantie ook stikstof vraagt, net als de jonge aanplant. Daarom is het vaak raadzaam om een lichte stikstofbemesting te geven vlak voor de mulchlaag wordt aangebracht.
Een mulchlaag rond de planten beschermt de bodem tegen weersinvloeden. Door de grove structuur en de trage vertering ervan blijft de bodem luchtig en voedselhoudend. De mulchlaag is vooral van belang als de tuin pas aangeplant is en nog niet volledig dichtgegroeid. Je kunt mulchen met boomschors, bladafval, cacaodoppen e.d. In het voorjaar eventueel samengekoekte mulch losmaken om verstikking van de bodem en schimmelvorming te voorkomen.
Kalk in de bodem versnelt het verteringsproces. Heb je kalkarme grond in de tuin, dan kun je (als de planten dat wensen) in het vroege voorjaar de grond bekalken. Minimaal vier weken daarna kun je dan de tuin bemesten met organische meststoffen, die vervolgens sneller en beter opgenomen kunnen worden door de planten.
Er zijn een aantal Hosta soorten die minder last hebben van slakkenvraat.
Bijvoorbeeld: H. fortunei 'Aureomarginata', H. 'Halcyon', H. sieboldiana 'Elegans', H. 'Sum and Substance', H. tokudama en H. venusta.
Zeewind is iets waar veel planten niet tegen kunnen. Gelukkig zijn er ook planten die er geen probleem mee hebben zoals bijvoorbeeld: Amelanchier, Cornus, Elaeagnus, Euonymus, Hippophae, Ilex, Salix en Sorbus.
Klimplanten die in de volle zon geplant worden gedragen zich soms als heester. Dit komt doordat de klimeigenschap een aanpassing is van de plant aan zijn natuurlijke omgeving, de schaduw.
Als je verschillende soorten klimplanten door elkaar laat groeien, kun je de goede eigenschappen van de afzonderlijke klimmers benutten. Bijvoorbeeld wintergroen en mooie bloei. Let er voor aankoop echter wel op dat de verschillende soorten op dezelfde tijd en manier gesnoeid kunnen worden. Doe je dat niet, wordt het onderhoud een zeer lastige opgave.
Door de groei van klimplanten is de wand waar ze tegen klimmen niet meer bereikbaar voor onderhoud.
Een oplossing bij niet zelfhechtende klimmers kan zijn om een stevig klimrek te maken en die tegen de muur te hangen, waarbij de onderkant kan scharnieren en de bovenkant aan haken bevestigd wordt. Het hele systeem kan nu enigszins naar voren gehaald worden, waardoor de achterliggende muur weer bereikbaar is.
Zowel onder als boven haken werkt niet, omdat de klimplant dan het gehele rek weg kan duwen.
Tegenwoordig zijn vormbomen en heesters 'in'. Ze zijn ook heel karakteristiek en architectonisch.
Men vergeet echter vaak dat die vorm geen natuurlijke vorm is. Daardoor is er vrij veel onderhoud (snoeiwerk) nodig om ze in die vorm te houden. Hetzelfde geldt voor 'op stam' gekweekte planten.
Deze planten zijn dan ook niet het meest geschikt voor de onderhoudsarme tuin.
Bomen en heesters die al een aantal jaar op dezelfde plek staan zijn vaak moeilijk te verplanten. Het beste resultaat wordt bereikt als u 1 of 2 jaar voor het verplanten wortelsnoei toepast in maart of oktober. Deze snoei bestaat eruit dat er een sleuf gegraven wordt rond de plant (straal ca. 40-50 cm). Deze sleuf wordt gevuld met tuinaarde en compost. De plant vormt daarin nieuwe haarwortels die bij het verplanten de kans op aanslaan verhogen. Na het verplanten ook bovengronds wat takken verwijderen om evenwicht te bewaren tussen bovengronds en ondergronds deel.
Als je een boom gaat planten zet dan eerst de boompaal in de grond, zodat de boomwortels niet beschadigd worden. De boompaal wordt geplaatst aan de kant van de boom waar de meeste wind vandaan komt. Bevestig de boomband op ongeveer een meter hoogte. Na 3-5 jaar moet de boompaal verwijderd worden en kan de boom op eigen 'benen' staan.
Als de haag bruin of kaal wordt aan de onderkant, kun je natuurlijk de gehele haag vervangen. Als je echter de ruimte hebt, kun je er een nieuwe haag voor zetten die de kale plekken bedekt. Wanneer je deze haag lager houdt dan de eerste, ontstaat er een leuk getrapt effect. Heb je nog meer ruimte, dan kun je de nieuwe haag wat meer naar voren halen. Hierdoor ontstaat een tussenruimte die je op kunt vullen met hoge vaste planten of lage heesters. Deze oplossing geeft meer dieptewerking aan de tuin. Je kunt de bruine/kale plekken ook camoufleren door er lage(re), wintergroene heesters of vaste planten voor te zetten.
Gazon:In de winter moet je zo weinig mogelijk over het gazon lopen. De beschadigingen die je hiermee aanbrengt herstellen namelijk maar zeer langzaam. Het gevolg is dat bijvoorbeeld mossen weer een kans krijgen. Een laag sneeuw op het gazon is in tegenstelling tot een laag blad geen probleem. Het gras wordt door de sneeuw zelfs beschermd tegen strenge vorst. Voorwaarde is wel dat de sneeuw vervolgens niet wordt aangetrapt.
Let er bij ontwerp en aanleg van een gazon dus op dat ze geen 'padfunctie' krijgt.
Maai het gazon niet bij warm, zonnig weer. Het gras kan dan verbranden, waardoor mossen op die plaats een kans krijgen. Mos krijgt ook de kans als je een speelgazon te kort maait, d.w.z. korter dan 3 cm.
Mos is grotendeels te verwijderen met verticuteren. Je krijgt hier niet alles mee weg, maar als je de kale plekken goed voorbereidt, opnieuw inzaait en het gras laat groeien tot ca. 8 cm. voor je het maait, dan verstikt het laatste mos en is het gazon weer gezond. Je doet op deze manier aan symptoombestrijding. Om mos definitief de baas te worden moet je de oorzaak van de mosgroei achterhalen. Een handig hulpmiddel hierbij is "
De Complete Tuinontwerper".
Gazon en hagen vergen veel van de bodem, want het betreft daar grote aantallen plantjes op een klein oppervlak. Mest ze dus bij gedurende het groeiseizoen. Bij hagen volstaat compost en koemest, bij gras moeten speciale gazon meststoffen gebruikt worden die snel in de bodem worden opgenomen.
Heb je een hekel aan het steeds terugkerende "kantjes afsteken" van het gazon om hem uit de border te houden, leg er dan een rand van klinkers of tegels omheen en je kunt maaien tot aan de border. Dat scheelt weer heel wat werk. Past zo'n rand niet in de natuurlijke sfeer van de tuin, laat dan de borderplanten, bij voorkeur polvormende, zoals Alchemilla, Geranium en Pennisetum over de rand groeien en je ziet er niets meer van.
Vijver:Als je weinig onderhoud wilt plegen aan de vijver, kunt je beter geen goudvissen uitzetten. Goudvissen behoren tot de karperachtigen en deze vissen woelen de grond om op zoek naar voedsel. Door de vertroebeling van het water kan het biologisch evenwicht eenvoudig verstoord raken. Zilverwindes en goudwindes zijn een goed alternatief, sluierstaarten een redelijk alternatief.
Een vijver bevat snel teveel vis om nog een biologisch evenwicht te bereiken. Twee vissen (max. 25 cm lang) per 1000 liter is het maximum voor een natuurlijke vijver.
Zorg ervoor dat blad van bomen in de herfst niet in de vijver terechtkomt. Je kunt dit voorkomen door een fijnmazig net te spannen over de vijver of regelmatig het blad eruit te halen met een schepnet. Als de vijver er nog niet is, kun je er met de aanleg nog rekening mee houden door de vijver niet te dicht bij bomen te plaatsen.
Een vijver moet direct na aanleg beplant worden om algengroei tegen te gaan en zo snel mogelijk een biologisch evenwicht te bereiken. Vissen mogen pas na minimaal een maand worden uitgezet en niet voordat de vijver helder is. Dit geeft tevens de planten de tijd om goed aan te slaan, zodat ze niet zo snel losgewoeld kunnen worden.
In een vijver zijn de zuurstofplanten zeer belangrijk. Als stelregel worden er ongeveer 15 stuks per m2 bodemoppervlak uitgeplant of 5 bosjes per m3 water in de vijver gegooid. Zuurstofplanten woekeren nogal en het teveel moet af en toe uit de vijver geschept worden met bijvoorbeeld een bladhark. Teveel wil zeggen dat meer dan de helft van het wateroppervlak 'bedekt' is met deze planten.