TUININFORMATIE: HANDIGE TIPS VOOR HET TUINONDERHOUDDe tips zijn gegroepeerd in de volgende onderwerpen:
BestratingBeplantingGazonVijverBestrating:Het heeft weinig zin om een terras of pad te bestraten als de grond rond de woning recentelijk (minder dan een half jaar geleden) meer dan een halve meter is opgehoogd. Ook als er in de buurt nog geheid gaat worden voor bijvoorbeeld nieuwe woningen heeft bestraten weinig zin. Het terras of pad zal door de trillingen onherroepelijk verzakken met veel herstelonderhoud tot gevolg.
Een gestabiliseerd zandbed onder het terras zorgt ervoor dat het terras nauwelijks nog kan verzakken.
Een bijkomend voordeel is dat ook onkruidgroei wordt beperkt. Dat zijn dus twee onderhoudsbeperkende vliegen in één klap. Gestabiliseerd zand bestaat uit een mengsel van cement en zand. Je kunt het kant en klaar kopen, maar het is een stuk voordeliger om zelf een zak cement per m2* door de toplaag (bovenste 5 cm.) van het zandbed te harken. Het is niet nodig om het terras na het leggen in te wateren, want het mengsel verhardt zichzelf onder invloed van vocht in de bodem.
* Dit is een gemiddelde stabilisatie. Afhankelijk van je specifieke situatie (bestratingmateriaal en
verkeersdruk) kan deze hoeveelheid gehalveerd of verdubbeld worden.
Een siertegelterras vraagt meer onderhoud dan een terras van een betonproduct of baksteen. De tegels kunnen het best gereinigd worden met speciaal daarvoor bestemde producten. Vraag je leverancier hiernaar. Gestraalde tegels worden sneller vuil dan andere, maar ze worden ook minder snel glad.
De groene aanslag op het schaduwterras kan meestal eenvoudig worden verwijderd met heet water, groene zeep en een stevige bezem. Als dit niet lukt, haal dan een biologische algendoder bij het tuincentrum. Gebruik nooit chloorhoudende middelen in de tuin. Deze zijn namelijk giftig voor plant en dier.
Ben je van plan het terras te reinigen met de hogedrukreiniger? Gebruik dan bij de aanleg een verhardend voegmiddel als cement of voegmortel van TOPPRO. Deze laatste is verkrijgbaar in verschillende kleuren. Zo voorkom je dat je bij het reinigen met hoge druk de complete voeg leegspuit en het terras op den duur verzakt.
Vaak wordt brekerzand gebruikt voor het opvullen van voegen tussen bestrating. Tussen het brekerzand zit veel ruimte door de grove structuur waardoor water snel wordt afgevoerd. In die ruimte kan echter ook van alles terechtkomen zoals organisch materiaal en zaden. Dit heeft onkruidgroei en wiedwerk tot gevolg. Daarom kies ik liever voor vulzand. Het water loopt dan iets minder snel weg, maar je hebt ook veel minder onkruidgroei. De afwatering van de bestrating kan verbeterd worden door een iets groter afschot te hanteren.
Als je de bestrating iets hoger legt dan de aangrenzende border heb je bij een regenbui minder last van zand en/of modder op het pad en hoef je dus minder te vegen. Bij een bestaand pad met een gelijkvloerse border kun je met een schoffel een geultje trekken langs het pad voor hetzelfde effect, zij het slechts tijdelijk. Dus regelmatig een nieuw geultje graven.
Beplanting:Als je weinig onderhoud wenst te plegen aan de tuin zijn de volgende planten de moeite van het overwegen waard. Ze zijn sterk, niet ziektegevoelig en kunnen lang op dezelfde plek blijven staan. Alchemilla mollis, Daphne mezereum, Euphorbia polychroma, Geranium, Hemerocallis, Helleborus, Hosta, Pachysandra, Skimmia, Vinca, vele varens en siergrassen. Kijk wel voor gebruik of ze een goede aanvulling zijn op de sfeer in je tuin en of je een geschikte standplaats voor ze hebt. Dat zal zelden problemen opleveren want genoemde planten zijn zeer tolerant wat standplaats betreft, al zijn er natuurlijk grenzen.
In het algemeen geldt voor planten dat de soort sterker is dan de cultivar. Wil je dus een gezonde, probleemloze, onderhoudsvriendelijke tuin dan kun je het beste vooral 'gewone' planten gebruiken en slechts enkele 'bijzondere'.
In de winter sterven veel planten bovengronds af. Ondergronds gebeurt dan nog van alles. Zo wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan het wortelstelsel, zodat de plant in het nieuwe jaar weer sterk uitgroeit. Deze ondergrondse activiteit wordt zichtbaar als er een laagje sneeuw ligt. Door de warmte die ondergronds vrijkomt smelt de sneeuw rond een plantje eerder dan op een 'kaler' stukje grond. Loop daarom zo min mogelijk door de border en bedelf de planten ook niet gedachteloos onder een dik pak sneeuw. Ook als alles dood lijkt is er nog leven.
Als je de tuin ophoogt door bijvoorbeeld verhoogde borders aan te leggen, vermeng de nieuwe grond dan goed met de oude. De planten zullen anders alleen in de nieuwe grond wortelen, waardoor ze na enkele jaren zullen verwelken door uitputting, droogte of andere problemen die je ook tegenkomt bij plantenbakken met alle onderhoudsgevolgen vandien.
Gebruik in de kruidentuin zeker geen kunstmest. Anders krijgen de planten in één keer een enorme groeispurt te verwerken en dat komt de smaak niet ten goede.
Kalk in de bodem versnelt het verteringsproces. Heb je kalkarme grond in de tuin, dan kun je (als de planten dat wensen) in het vroege voorjaar de grond bekalken. Minimaal vier weken daarna kun je dan de tuin bemesten met organische meststoffen, die vervolgens sneller en beter opgenomen kunnen worden door de planten.
Slakken houden vooral van jong groen. Maak de tuin dus niet te schoon anders pakken ze de andere planten. Zorg er ook voor dat je tuin niet te rijk bemest is. Dit voorkomt namelijk dat de planten zeer snel groeien met als gevolg slappe stengels en bladeren die voor slakken een gemakkelijke prooi vormen.
Slakken hebben een hekel aan de vettigheid van cacaodoppen. Een laagje van dit materiaal rond de gevoelige planten biedt tijdelijk een goede bescherming.
Bessenstruiken kunnen zeer eenvoudig vermeerderd worden door de techniek van het afleggen. Buig in mei de langste jonge scheuten tot op de grond (eventueel vastzetten met een tentharing o.i.d.) en bedek ze met wat aarde. In de loop van de zomer ontwikkelen zich de wortels en in het najaar kun je de gewortelde stekken verplanten naar de gewenste plaats. Met wat geluk kun je het volgende jaar al de eerste oogst binnenhalen.
Zeewind is iets waar veel planten niet tegen kunnen. Gelukkig zijn er ook sterke, onderhoudsvriendelijke planten die er geen probleem mee hebben zoals bijvoorbeeld: Amelanchier, Cornus, Elaeagnus, Euonymus, Hippophae, Ilex, Salix en Sorbus. Aan deze planten in je tuin aan zee (tot ca 10 km landinwaarts) kun je je geen bult vallen.
Groenblijvende planten moet je in de winter bij vriezend weer beschermen tegen felle oostenwind. Ze kunnen namelijk het vochtverlies door verdamping niet compenseren met vochtopname uit de bevroren bodem. De bescherming kan bestaan uit een dikke mulchlaag, jute zakken of coniferentakken rond de plant.
Als je verschillende soorten klimplanten door elkaar laat groeien, kun je de goede eigenschappen van de afzonderlijke klimmers benutten. Bijvoorbeeld wintergroen en mooie bloei. Let er voor aankoop echter wel op dat de verschillende soorten op dezelfde tijd en manier gesnoeid kunnen worden. Doe je dat niet, wordt het onderhoud een zeer lastige opgave.
Door de groei van klimplanten is de wand waar ze tegen klimmen niet meer bereikbaar voor onderhoud. Een oplossing bij niet zelfhechtende klimmers kan zijn om een stevig klimrek te maken en die tegen de muur te hangen, waarbij de onderkant kan scharnieren en de bovenkant aan haken bevestigd wordt. Het hele systeem kan nu enigszins naar voren gehaald worden, waardoor de achterliggende muur weer bereikbaar is. Zowel onder als boven haken werkt niet, omdat de klimplant dan het gehele rek weg kan duwen.
Hoge vaste planten moeten vaak gesteund worden om te voorkomen dat de lange stengels omvallen.
Tonkinstokken en snoeihout worden meestal als steun gebruikt. Die oplossing tast echter ook vaak de sfeer en tuinbeleving aan. Een elegante steunoplossing ligt in de plant zelf verscholen. Knip in juni een deel van de buitenste stengels af. Deze lopen weer uit, maar blijven lager en bloeien later. Daarnaast bieden ze steun aan de lange stengels in het centrum van de plant. Combineren met stevige buren (heesters of vaste planten met stevige stengels) kan natuurlijk ook.
De kale/bruine plekken in hagen kunnen meestal voorkomen worden door de haag taps te snoeien (onder breed, boven smal). Het zonlicht kan zo de hele haag beschijnen. Ook een goede organische bemesting kan het probleem voorkomen.
Knip de haag niet als de zon er op staat. Er kan anders verbranding optreden bij de snoeiwonden, waardoor de haag bruine punten krijgt.
Tegenwoordig zijn vormbomen en heesters 'in'. Ze zijn ook heel karakteristiek en architectonisch. Men vergeet echter vaak dat die vorm geen natuurlijke vorm is. Daardoor is er vrij veel onderhoud (snoeiwerk) nodig om ze in die vorm te houden. Hetzelfde geldt voor 'op stam' gekweekte planten. Deze planten zijn dan ook niet het meest geschikt voor de onderhoudsarme tuin.
Bomen en heesters die al een aantal jaar op dezelfde plek staan zijn vaak moeilijk te verplanten. Het beste resultaat wordt bereikt als u 1 of 2 jaar voor het verplanten wortelsnoei toepast in maart of oktober. Deze snoei bestaat eruit dat er een sleuf gegraven wordt rond de plant (straal ca. 40-50 cm). Deze sleuf wordt gevuld met tuinaarde en compost. De plant vormt daarin nieuwe haarwortels die bij het verplanten de kans op aanslaan verhogen. Na het verplanten ook bovengronds wat takken verwijderen om evenwicht te bewaren tussen bovengronds en ondergronds deel.
Gazon:In de winter moet je zo min mogelijk over het gazon lopen. De beschadigingen die je hiermee aanbrengt herstellen namelijk maar zeer langzaam. Het gevolg is dat bijvoorbeeld mossen een kans krijgen. Een pak sneeuw op het gazon is in tegenstelling tot een laag blad geen probleem. Het gras wordt door de sneeuw zelfs beschermd tegen strenge vorst. Voorwaarde is wel dat de sneeuw vervolgens niet wordt aangetrapt.
Maai het gazon niet bij warm, zonnig weer. Het gras kan dan verbranden, waardoor mossen op die plaats een kans krijgen. Mos krijgt ook de kans als je een speelgazon te kort maait, d.w.z. korter dan 3 cm.
Mos is grotendeels te verwijderen met verticuteren. Je krijgt hier niet alles mee weg, maar als je de kale plekken goed voorbereidt, opnieuw inzaait en het gras laat groeien tot ca. 8 cm. voor je het maait, dan verstikt het laatste mos en is het gazon weer gezond. Probeer echter altijd de oorzaak van de mosgroei weg te nemen. Meer info daarover vind je in "
De Complete Tuinontwerper".
Gazon en hagen vergen veel van de bodem, want het betreft daar grote aantallen plantjes op een klein oppervlak. Mest ze dus bij gedurende het groeiseizoen. Bij hagen volstaat compost en koemest, bij gras moeten speciale gazon meststoffen gebruikt worden die snel in de bodem worden opgenomen.
Heb je een hekel aan het steeds terugkerende "kantjes afsteken" van het gazon om hem uit de border te houden, leg er dan een rand van klinkers of tegels omheen en je kunt maaien tot aan de border. Dat scheelt weer heel wat werk. Past zo'n rand niet in de natuurlijke sfeer van de tuin, laat dan de borderplanten, bij voorkeur polvormende, zoals Alchemilla, Geranium en Pennisetum over de rand groeien en je ziet er niets meer van.
Vijver:Als je weinig onderhoud wilt plegen aan de vijver, kunt je beter geen goudvissen uitzetten. De goudvis behoort tot de karperachtigen en deze vissen woelen de grond om, waardoor het biologisch evenwicht eenvoudig verstoord kan raken. Zilverwindes en goudwindes zijn een goed alternatief. Eventueel sluierstaarten.
Een vijver bevat snel teveel vis om nog een biologisch evenwicht te bereiken. Twee vissen (max. 25 cm lang) per 1000 liter is het maximum voor een natuurlijke vijver.
Zorg ervoor dat blad van bomen in de herfst niet in de vijver terechtkomt. Je kunt dit voorkomen door een fijnmazig net te spannen over de vijver of regelmatig het blad eruit te halen met een schepnet. Als de vijver er nog niet is, kun je er met de aanleg nog rekening mee houden door de vijver niet te dicht bij bomen te plaatsen.
Een vijver moet direct na aanleg beplant worden om algengroei tegen te gaan en zo snel mogelijk een biologisch evenwicht te bereiken. Vissen mogen pas na minimaal een maand worden uitgezet en niet voordat de vijver helder is. Dit geeft tevens de planten de tijd om goed aan te slaan, zodat ze niet zo snel losgewoeld kunnen worden.
In een vijver zijn zuurstofplanten zeer belangrijk. Als stelregel worden er ongeveer 15 stuks per m2 bodemoppervlak uitgeplant of 5 bosjes per m3 water in de vijver gegooid. Zuurstofplanten woekeren nogal en het teveel moet af en toe uit de vijver geschept worden met bijvoorbeeld een bladhark. Teveel wil zeggen dat meer dan de helft van het wateroppervlak 'bedekt' is met deze planten.